Vragenlijst interpersoonlijk gedrag

In deze vragenlijst beschrijft u hoe u zich opstelt in sociale relaties. Het invullen gaat het helderst wanneer u één bepaalde relatie van uzelf voor ogen hebt, bijvoorbeeld een bepaalde relatie op uw werk. Maak dus vooral een keuze hierin.

Lees de hierna volgende lijst van interpersoonlijke gedragsvormen door en vink het vakje aan dat voor het woord of zinnetje staat dat een goede typering geeft van uw opstelling in de gekozen relatie.

De zinnetjes staan in de derde persoon geformuleerd, want u kunt deze vragenlijst ook gebruiken om het persoonlijke gedrag van iemand anders te typeren.

Als u klaar bent met aanvinken van de woorden of zinnen die u goed typeren dan kunt u de resultaten opvragen door op de knop "Toon resultaat" te klikken onder aan de pagina.

Als u klaar bent met aanvinken van de woorden of zinnen die u goed typeren dan kunt u de resultaten opvragen door op onderstaande knop "Toon resultaat" te klikken.

Resultaten

Interpretatie dominantie (DOM) en affiliatie (AFF) scores.

De twee scores vatten de belangrijkste informatie samen van hoe u uzelf op de vragenlijst beschreven hebt.
Ze vormen twee wezenlijke aspecten van uw interpersoonlijke gedrag:

  • de mate waarin u uzelf als dominant, dan wel als submissief omschrijft;
  • de mate waarin u uzelf als affiliatief, dan wel als vijandig omschrijft.

Anders gezegd: uw basishoudingen tegenover macht en tegenover intimiteit.

schaal
score
zelf omschrijving
DOM
hoog +
Ik neem het initiatief, geef leiding, overtuig, beheers en domineer anderen voor mijn eigen doeleinden.
hoog -
Ik volg, geef toe, maak mezelf klein, pas me aan, gehoorzaam en onderwerp me aan anderen op een afhankelijke manier.
AFF
hoog +
Ik sympathiseer, vergeef, ben het met anderen eens, wil graag hun affectie winnen.
hoog -
Ik wantrouw, rebelleer, klaag, verwijt, voel me kwaad tegenover anderen op een zelfgerichte manier.

Aantal aangegeven kenmerken (AAK-score)

Omdat het invullen van de vragenlijst beschouwd kan worden als een vorm van communicatie, zou het aantal kenmerken dat u aangegeven hebt een index kunnen zijn van van uw communicatiebereidheid: uw bereidheid om uzelf "bloot te geven" en te onthullen aan anderen, die uw scores kunnen zien.
Op deze manier geredeneerd kan een lage score wijzen op een aarzeling om zichzelf aan anderen te laten kennen, terwijl een hoge score wijst op een bereidheid tot openheid.

NB1: De aanduiding "hoog" (40-30), "gemiddeld" (20-30) en "laag" (10-20) zijn gebaseerd op scores uit een onderzoek bij psychologiestudenten.
NB2: Het aangegeven hebben van méér kenmerken betekent over het algemeen ook het aangevinkt hebben van meer zelfkritische kenmerken (zie ook bij GIN-score).

Gemiddelde intensiteit (GIN-score)

Interpretatie.
Omdat de kenmerken op elk van de acht vragenlijstschalen gerangschikt zijn naar hun intensiteit, geeft deze score een gemiddelde intensiteitsniveau van de aangegeven kenmerken.

Zo is bijvoorbeeld kenmerk 1 ("kan opdracht geven") minder intens dan kenmerk 22 ("dictatoriaal").

Een hoge score wijst op een sterke mate van zelfkritiek, omdat deze het resultaat is van negatievere zelfomschrijving.

Interpretatie "Roos van Leary".

De segmenten in de rechterhelft van de cirkel geven aan in hoeverre u uzelf beschreven hebt als affiliatief (de "Samen"-pool van Leary) de segmenten in de linkerhelft als vijandig (de "Tegen"-pool van Leary).

De segmenten in de bovenste helft van de cirkel geven aan in hoeverre u uzelf omschreven hebt als dominant (de "Boven"-pool van Leary); de segmenten in de onderste helft als submissief (de "Onder"-pool van Leary).

Hogere scores (meer naar de buitenkant) wijzen op negatievere zelfomschrijvingen dan lage scores.

De typering van uw zelfbeeld is als volgt: